dinsdag 22 mei 2018

Dagje Delft

Het was een vreemde gewaarwording, toen ik om half 4 wakker werd. Het was al klaarlichte dag. Ik ging naar het toiletgebouw. De slaap kwam echter niet meer. Daarna deed zich het raadselachtige verschijnsel voor, dat Tim de Beer om 4 uur zijn bed al verliet.
Er bleek echter een logische verklaring hiervoor. Mijn horloge liep, maar had ruim 3 uur stil gestaan. Ik had toch langer geslapen dan gedacht. Om half 9 ontbeten we uitgebreid in de voortent.
Met Tim, Sheila en Ada ging ik boodschappen doen in Schipluiden. Met 3 tassen vol reden we terug met de auto, waarna ik met Bas en Tim bij "'t Middelpunt" ging reserveren voor 's avonds.
"We gaan op avontuur", zeiden we.
Via het jaagpad en de oude spoorbrug kwamen we bij het pontje, waarmee we onszelf met een kabel over de vaart moesten trekken.
Na een korte tijd op "Het Zonneveld" vertrokken we met zijn achten naar Delft. Bij Hodenpijl zagen we een groot spandoek met DIOS-lenteloop. Een kilometer verderop kwamen we langs de velden van handbalvereniging DIOS. De naam is hetzelfde als de voetbalclub, waar ik 11 jaar gespeeld heb: DIOS uit Nieuw-Vennep.
 In Delft keken we even rond in het station, maar het Delfts blauw, waarover de loftrompet werd gestoken, viel toch wel tegen.

 We stalden de fietsen in een onbewaakte stalling om aansluitend te gaan wandelen in het mooie centrum van Delft.
Tegenover het voormalige Legermuseum was een smal steegje met een tweedehandswinkel, waar ik de cd "The Greatest Irish Pub Music" kocht, terwijl Tim er met Doris Day vandoor ging.
Verderop aan de gracht was kralenwinkel "Lazuli", waar Ada een armband kocht en Sheila een armband.
We kwamen op een antiekmarkt terecht met tal van kraampjes met tweedehandsspullen, die tegenwoordig als vintage door het leven gaan.
We wandelden langs "De Waag", waar we menig folkfestival hebben bezocht en er de driestemmige versie van "Thijske" leerden van "Crackerhash".



Van het bezoek aan de Grote Kerk zagen we vanwege de toegangsprijs van € 5,- af. We liepen door naar "Willem van Oranje", waar we koffie en warme chocolademelk namen met diverse soorten taart erbij. Hier schreven we een Delftsblauwe ansichtkaart naar Joep.
We wandelden langs de grachten en marktkraampjes om na een uur slenteren naar "'t Postkantoor" te gaan, een leuk Grand café in het voormalige postkantoor. Hier dronken we een biertje of een wijntje.


Terug bij het station pakten we de fietsen en reden via recreatiegebied Midden Delfland naar "Het Zonneveld", waar we via het kabelpontje veilig de overkant bereikten.
Na wat spullen gepakt te hebben, fietsten we naar Schipluiden om bij "'t Middelpunt" te gaan eten. Voor € 27,50 namen we een 5-gangenmenu met carpaccio, groene paprikasoep, kabeljauw, rundvlees met asperges en patat en tot slot een schotel met diverse soorten dessert.
Toen het begon te schemeren fietsten we terug naar de camping met 21 kilometer op de teller.
 
In de safaritent werd onder het zwoele stemgeluid van Doris Day nog wat gelezen en geschreven, maar vooral veel gelachen, net als tijdens de maaltijd in "'t Middelpunt" en op de terugweg naar huis, toen we ons verkneukelden om de springende lammetjes in de wei.
Dat deed ons denken aan Good old Sammie.

maandag 21 mei 2018

Safaritent in Schipluiden

Vrijdagmorgen moest ik gewoon werken. De zwarte canvastas was verruild voor de 2 rode Ortliebtassen en ik vertrok naar filiaal Hoornses/Rijnsoever. Daar ik  niet van plan was mijn bedrijfskleding mee te nemen op een kampeerweekeinde, deed ik het een dagje zonder. Na 33 jaar werken herkennen de klanten mij nog wel....
Om 10 over 1 stapte ik op de fiets en reed naar mijn schoonouders toe, waar Ada 's ochtends geholpen had. Samen fietsten we naar Voorburg 't Loo, waar we de Randstadrail namen. De fiets namen we mee. Vanaf  het dichtstbijzijnde station was het nog een kilometer of 2 fietsen voor we konden zien, hoe hard Faas in 4 weken tijd gegroeid was.
Na dit leuke familiebezoek fietsten een trotse opa en oma naar Zweth. Via het mooie recreatiegebied Midden-Delfland trapten we naar Schipluiden.
Nu ken ik 1 inwoner van Schipluiden persoonlijk: Tineke Dijkshoorn-Olsthoorn. Voor veel mensen zal het een onbekende zijn, maar dat is volkomen ten onrechte. Zij won in 1986 de Elfstedentocht!
De eerste keer, dat ik haar tegenkwam was op de Gouwzee. Daarna kwam ik haar tegen op Flevonice 
en bij de premiere van "Tien jaar wachten op applaus".  Stiekem had ik gehoopt haar toevallig tegen het lijf te lopen, maar dat gebeurde helaas niet.
Maar het Pinksterweekeinde was er niet minder om. Met een groep vrienden verbleven we na 53 kilometer fietsen op camping "Het Zonneveld", waar we sliepen in een safaritent.
De naam klopte niet. Het was bewolkt op deze koude dag. In de camper van Rob en Margriet namen we met Bas en Nel een biertje en een rode wijn en warmden langzamerhand op tot Tim en Sheila kwamen.
We begaven ons naar de safaritent. De voortent was ruim genoeg om met 8 personen te kunnen zitten. Terwijl Tim de boel gezellig maakte met de onvermijdelijke lichtsnoeren, kookten Bas en Nel  de rijst met kipkerry. Met Cliff Richard op de achtergrond lieten we ons deze maaltijd goed smaken.
Dankzij het straalkacheltje was het behaaglijk in de safaritent. Aan het eind van de avond deden we boerenbridge. Ik had een flitsende start, maar aan het eind stokte het een beetje. Daar het te laat werd om het kaartspel af te maken, stopten we halverwege met een tussenstand, waarbij Bas en Nel op kop gingen. Mijn vrouw en ik konden uittesten, hoe een stapelbed in een safaritent sliep.

donderdag 17 mei 2018

Paris

Vannacht droomde ik, dat ik werkte op een soort campingbibliotheek. Alle kinderen kwamen kamperen en de kleine Faas kwam logeren. Met deze droom werd ik om 10 voor 7 wakker.
Een prima tijd om me te gaan douchen in deze mooie hotelkamer. Buiten was het bewolkt. We staken de straat over en ontbeten in "Hotel De la Gare". Na € 85,40 betaald te hebben voor het onderdak in "La Palombe Bleue" en het ontbijt wandelden we via een bakker naar het station van Hendaye.
De TGV naar Paris Montparnasse stond al klaar. We deden onze bagage in het rek en gingen buiten nog even zitten lezen.
Ada las verder in "Jij zegt het" van Connie Palmen, terwijl ik begon aan "De man in het bruine pak" van Agatha Christie,  mij jaren geleden aangeraden door Annelies Scholte, een collega bij de Openbare Bibliotheek Leiden.
In de trein reden we voor de zoveelste keer achteruit. Met aan de linkerzijde de uitlopers van de Pyreneeën en aan de rechterzijde de zee zaten we tot Bordeaux in een stoptrein. Daarna denderde de TGV in één keer door naar Paris Montparnasse.
Hier namen we de metro naar Cité. Op het Ile de France stapten we uit en wandelden naar de Notre Dame.
In de warme zon stond een rij van minstens 200 meter op het plein voor de Middeleeuwse kathedraal.
Dat kon nog wel even duren.
Zoveel tijd hadden we niet. We wandelden naar de Sainte Chapelle.  Van eerdere bezoeken wist ik, dat deze voormalige hofkapel prachtige gebrandschilderde ramen heeft.
De rij voor de ingang was de helft korter, maar te lang voor de tijd, die ons nog restte. Temeer daar we nog wilden eten.  We liepen door naar de Seine en aan de overkant zagen we het "Paradis du Fruit". Op een terras namen we een avocado- en een quinoaschotel, die beide voortreffelijk smaakten, net als de 2 gekoelde vruchtensappen.
Het wachten op het betalen duurde net even te lang naar mijn zin. Zodoende hadden we niet zo veel tijd meer om rond te kijken in Parijs.
Langs de Seine liepen we langs de bekende stalletjes met tweedehandsboeken, souvenirs en aan het einde een kunstschilder, die portretten van dit deel van de Lichtstad maakte.
We staken een van de boulevards over en dwaalden nog wat over het Ile de France. We kwamen op een andere plek uit dan we verwacht hadden. De tijd begon krapper te worden, temeer daar we nog een kaartje voor de metro moesten kopen. We bleken geen dagkaart te hebben, maar een enkeltje.
We kwamen uit op Gare de l'Est en moesten nog door naar Gare du Nord.
Hier was, terwijl wij stonden te wachten, een demonstratie een demonstratie aan de gang , waar de ME op af ging. Rare jongens, die Galliërs.
Gelukkig ging het er wat vreedzamer aan toe dan in Mei '68.
Na de veiligheidscontrole konden we plaats nemen in  het gedeelte, dat Bruxelles-Midi aangaf, maar dat wel doorreed naar Amsterdam.
We bleven zitten tot Schiphol, waar door we bij Hoogmade weer uit de tunnel kwamen. Waarom hebben ze bij de aanleg van de Hoge Snelheidslijn geen station Hoogmade gebouwd?
Op Schiphol was het treinverkeer aardig ontregeld, maar na een paar keer heen en weer lopen van perron 4 naar 5/6 en vice versa, hadden we de trein naar Leiden, waar we over konden stappen naar De Vink.
Om half 10 waren we thuis met de conclusie, dat het in Nederland de afgelopen week warmer was dan in het Spaanse Asturias.
Maar wij hadden een zeer warm welkom!

Gieterloop

Vanmorgen vertrok ik lopend naar de volkstuin. Via het Valkenburgse meer kwam ik als eerste aan op het complex. Van mijn had ik een lijstje gekregen waar ik welke planten water moest geven. Want de temperatuur mag dan zeer wisselvallig zijn, aan de kust is het al behoorlijk lang droog.
De Noordzee is behoorlijk koud, dus dat houdt in, dat er in de kuststrook weinig neerslag valt. De keerzijde hiervan is, dat we vanaf september juist op de eerste rij zitten als er regen naar beneden komt zetten. Stiekem hebben we in Nederland toch een moesson!
Daar de regentonnen bijna leeg waren, moest ik naar de sloot lopen met de gieter. Al met al ben ik een klein uur bezig geweest om alle plekken op de tuin, die dat nodig hadden, voldoende water gegoten had.
Ada sprak vanmorgen deze magische woorden: "De aardbeien hebben ook water nodig!"
Meer aanmoediging had ik niet nodig om mijn taak grondig te volbrengen.
Na gedane arbeid liep ik via de kortste weg weer naar huis, waarmee ik de laatste 10 kilometer in aanloop naar de marathon van Leiden had gelopen. Nu nog wat kortere lopen om de spieren soepel te houden. Ik ben er klaar voor.


woensdag 16 mei 2018

Een rijdende diavoorstelling

Nog voor de wekker ging, stond ik om 7 uur onder de douche. Ik pakte de laatste spullen in en dekte de tafel. Ada had zich inmiddels ook gedoucht en zij maakte alvast het eten voor onderweg klaar.
Om half 9 ontbeten we. Daarna wandelden we naar het dichtstbijzijnde station toe. Daar namen we afscheid van Ana en Siebe na een leuke week in het prachtige Asturias.
We hadden de stoptrein naar Oviedo. We herkenden stukken landschap, waar we de afgelopen week langs gekomen waren. Een half uur later waren we in het ons bekende Oviedo, waar we in de restauratie koffie en verse jus d'orange dronken. 
Een uur later hadden we de trein naar Palencia. Deze zou ons door de Picos de Europa voeren. Aanvankelijk zagen we daar niet zo veel van, want het spoor lag in een diep dal. 
Maar naarmate we hoger klommen, werd het uitzicht steeds mooier.

We kwamen in een schitterend berglandschap met besneeuwde bergtoppen om het plaatje compleet te maken.
Het was een soort rijdende diavoorstelling, want telkens doken we na een mooi uitzicht een donkere tunnel in, waarna een nieuw fraai landschap te voorschijn kwam.



Richting Leon werd het landschap ruimer, na Leon reden we over een vrij lege hoogvlakte naar Palencia toe.
Hier moesten we overstappen. De trein was 10 minuten te laat, maar dat verbaasde ons niet meer. Een Spaans spoorboekje is wat flexibeler dan een Nederlandse.
Desondanks hadden we anderhalf uur voor de trein naar Irun vertrok. In het park tegenover het station, dat ons zo bekend voorkwam, aten we een broodje kaas en een broodje gebakken ei. Ook dat gebakken ei van de boerderij was geler dan gebruikelijk.
Na het eten liepen we het stadje Palencia in. Een leuke stad. We liepen langs de oudste universiteit van Spanje, gesticht in de 13e eeuw.
Het standbeeld met de gemaskerde mannen met een bazuin stelde ons voor een raadsel.





Er waren overal leuke hoekjes. Het ooievaarsnest op een paar monumenten viel ons op.
In het station namen we een cappuccino en een ijsje, voordat we naar perron 1A liepen, waar de trein naar Irun vertrok. Voor de zoveelste keer reden we achteruit.
Ik las "Reikhalzend verlangen" van Freek de Jonge uit en keek naar het bergland van Baskenland, dat er in de zon heel anders uitziet dan in de regen.
In San Sebastian moesten we overstappen op een andere trein. We hadden de uitlopers van de Pyreneeën gezien, nu zaten we in een industriegebied met veel flats.
In Irun stopte de boemel, waarna we naar het metrostation moesten lopen. Hier kochten we voor € 3,50 een tweetal kaartjes voor de oversteek naar Frankrijk.
In Hendaye stapten we om 5 voor 9 uit en om 9 uur waren we bij Hotel "La Palombe Bleue".
De sleutel moesten we halen bij "Hotel De la Gare". Hier konden we de volgende ochtend ontbijten. In het Engels kregen we uitgelegd, waar we op dit tijdstip konden eten.
In de zwoele zomerlucht liepen we door dit leuke stadje naar Place de la Republique, waar we op het terras bij "Ttiki Baci" twee tonijn, een cider en een bier bestelden.
Het hoofdgerecht was verrukkelijk. De tonijn was zowel gebakken als in het zuur.
Een groep gepensioneerde gendarmes verliet het restaurant. Met een van hen praatten we nog even, voordat we een thee en een bier bestelden met een appeltaart met ijs als dessert.
Tesamen werd dit € 58,70, afgerond € 60,-.
We wandelden  via een andere weg door dit stadje in Frans Baskenland terug.
"Nu moeten we voor "Les deux ponts"ongeveer afslaan. Het bleek maar weer eens, dat in berggebieen wegen anders lopen dan je verwacht. Tot onze verbazing stonden we ineens voor "La Palombe Bleue".

"Hetzelfde model, maar dan korter!"

Ik placht vlak voor de marathon nog wel eens naar de kapper te gaan. Tijdens de 42.195 meter hardlopen wil je nog wel eens zweten.  Ik had derhalve een afspraak gemaakt om na mijn werk bij mijn trainingsmaat Edwin Minnee langs te gaan.
"Hoe wil je het hebben?", kreeg ik te horen.
"Hetzelfde model, maar dan korter!", antwoordde ik.
Edwin ging aan de slag en onder het praten over schaatsen op natuurijs, skeeleren, de marathon en nog zo wat andere sportieve activiteiten werd mijn haar een aardig stukje korter.
Daar kon ik mee thuiskomen.